Onze snackbar The Greasy Spoon

Muizen kunnen vijf of zes nestjes per jaar hebben, met telkens minstens vier baby’tjes, las ik op internet. Je begrijpt misschien dat ik de muizen bij ons op zolder graag kwijt was.
Niet dat ik zorgen had over mijn voorraad van wol op zolder. De wol zit in plastic bakken, dus de muizen kunnen niet mijn bolletjes stelen om er truien van te breien voor al die kinderen die ze nog gaan krijgen.

Pas na tien minuten begreep ik dat het rare geluid waarschijnlijk een muis in de muizenval was.
‘We hebben hem,’ zie ik tegen mijn partner.
Inderdaad, daarin zat een schattige, pluizig bolletje met zwarte kraaloogjes en ronde, doorzichtige oren. Het was een veldmuis. Voordat mijn partner het in de tuin vrijliet, heb ik het kleine ding verteld dat het geen probleem was om in de schuur te wonen en dat het gratis kon eten in onze snackbar The Greasy Spoon. Ik noem het de snackbar, maar het is niks anders dan ons vogelhuisje vol zaden en soms twee halve appels.
Toen vingen we er nog eentje en nog eentje en toen was het stil. Oeps, daar was er nog een. Het zou weleens druk kunnen worden in de snackbar.

Ik voorspel gelukkige tijden in The Greasy Spoon. Ik zat zelfs even te denken om wat garen te doneren, zodat ze eens per week een breibijeenkomst kunnen hebben. Ik vraag me af wat de vogels daarvan zouden vinden, of de katten.

This post is also available in: Engels

This entry was posted in Laat Me vertellen, Me talking. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.