Ontboezemingen

‘Zie je dat dit kunstwerk vrijwel geheel uitsluitend uit donkere kleuren bestaat? De afwezigheid van felle kleuren versterkt de intieme sfeer van dit schilderij. De bruine en rode tinten suggereren warmte en behaaglijkheid.’ Ik ben niet aan het woord voor een klas, of tijdens een lezing, waarbij ik bijzonderheden van een kunstwerk uitleg. Dit ben ik terwijl ik tegen mezelf praat.
Afgelopen week luisterde ik naar BBC’s Woman’s Hour en ontdekte dat het niet abnormaal is om tegen jezelf te praten, dus laat ik toegeven dat ik best vaak tegen mezelf praat om te voorkomen dat ik lijp word al worstelend met ME.

Mededirecteur van the Centre for Narrative Research en auteur van het book ‘Narrative Imagination and Everyday Life’ Molly Andrews werd geinterviewd door presentatrice Jane Garvey waarom mensen tegen zichzelf praten.
Hoofdzakelijk gaat het om reflectie – verwerken wat zich afspeelt in ons dagelijks leven, en oefening – voorbereiden op het nog niet reële deel van ons leven. Als mensen hebben we het verstandelijk vermogen om na te denken over andere mogelijkheden, en over wat voor mens we misschien worden. Dit kan heel dynamisch zijn, we zijn een ander voor onszelf. Dat betekent dat we zowel de verteller als het publiek van ons eigen, innerlijke verhaal zijn. En er bestaat geen groot verschil of we wel of niet onze stem gebruiken wanneer we tegen onszelf praten.
Jarenlang ziek en aan huis gebonden zijn met extreem weinig energie… logischerwijs wijt ik het praten tegen mezelf aan eenzaamheid. Niet dat ik een excuus nodig heb, dankzij deze professor in Sociale Wetenschap. Het herinnerde me aan het boek ‘How to Live Well with Chronic Pain and Illness: A Mindful Guide‘ van Toni Bernhard, ook ME-patiënt. Zij raadt mensen aan om tegen zichzelf te praten wanneer ze zich eenzaam voelen! Ze suggereert om herhaaldelijk tegen jezelf te zeggen ‘het is niet mijn schuld dat ik eenzaam ben,’ en dan je ene arm te strelen met de hand van je andere uit compassie met jezelf. Ik heb mijn eigen versie hiervan bedacht. Het blijkt dat ik meer een wolknuffelaar ben. Als ik me alleen voel, sla ik mijn armen om een bolletje garen of wrijf ermee langs mijn wang. In het verlengde hiervan knuffel ik elke kat in de tuin die ik te pakken krijg. Vergeleken met praten tegen mezelf of het knuffelen van garen, is het praten tegen katten bijna niet de moeite van het opbiechten waard.
Om eerlijk te zijn, helpt praten tegen mezelf om mijn duiveltje op afstand te houden. Mijn duiveltje, of mijn kwaadaardige geest, is mijn andere zelf in tijden van wanhoop, en gelukkig maakt ze niet vaak deel uit van mijn verbeelding. Maar wanneer dat wel het geval is, houdt ze me voor dat er nooit iemand zal zijn geïnteresseerd in mij met ME, en dat om deze reden onderzoek niet zal worden gefinancierd. Zaken zullen nooit veranderen, ik zal nooit een lezing houden over beeldende kunst, en ik zal me altijd zo beroerd blijven voelen – waarschijnlijk voor de rest van mijn leven.
Ik kan mijn andere zelf niet kwalijk nemen dat ze soms tekeergaat, twaalf jaar is lang om ziek te zijn en met deze onzekerheden te moeten leven. Ik probeer niet toe te geven aan het gif dat ze me voert. In plaats daarvan herinner ik mezelf eraan dat de toekomst oningevuld is, er kan van alles gebeuren in het nog niet reële deel van ons leven. Serieus onderzoek naar ME kan best een van die andere mogelijkheden behoren.

Tot die tijd is het maar goed dat ik een zacht bolletje wol binnen handbereik heb, en zojuist zag ik een kat in de tuin. Voor nu moet het maar genoeg zijn.

Wil je ook mijn volgende artikel lezen; vergeet dan niet om je op de nieuwsbrief te abonneren aan de rechterzijde!
En je kunt me ook op Twitter vinden: @Fleurtje_Eliza.

This post is also available in: Engels

This entry was posted in Laat Me vertellen. Bookmark the permalink.

2 Responses to Ontboezemingen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.