Maak kennis met Buddy, mijn B en B gast

Het was een grote opluchting toen de eerste vlinder werd geboren. Begrijp me niet verkeerd: het was een vreugdevolle gebeurtenis, maar tevens een opluchting… dat ik die voorafgaande weken niet druk doende was om maden te kweken, zoals een vriendin suggereerde.

Laat me eerst iets rechtzetten, Bob de muis die ik leuk vind had Ben moeten heten. Het was inderdaad – zoals veel lezers dachten – waarschijnlijk een rat en niet een muis. Een snoezig ratje welteverstaan, ofschoon verlegen. Ik heb het na die ene keer nooit meer gezien, tot mijn spijt. Maar op de laatste dag van november, waarop ik niet durfde dromen dat er een rat, laat staan een muis op mijn pad zou komen, stond me een verrassing te wachten.

Winterwerkzaamheden

Mijn partner en ik deden een ommetje door de buurt met mij in de rolstoel. Zoals vaker, waren we die dag op weg naar een winkel met diervoeding een paar straten verder. Het is het soort winkel waarin een kat rondhangt, maar zelfs die was niet de verrassing want het beestje lag vermoedelijk ergens uit het zicht een dutje te doen.
Als kind reeg ik met veel plezier pinda’s aan een draadje om daarna voor de vogels in de tuin te hangen. Ik liep al weken met dit idee rond, dus toen ik zakken met ongebrande pinda’s zag liggen kochten we er twee. Eentje leek zo weinig. Terug thuis deed ik de inhoud van een zak in de afwasteil en die was meteen tot de helft gevuld. Ik had mezelf opgezadeld met een aardige klus voor de komende weken.
‘Bah,’ zei ik toen ik iets nats en zachts aan mijn vinger voelde kleven, gevolgd door een ‘jippie, een rups.’ Dit was toch wel het laatste wat ik verwachtte zo aan het einde van het jaar, maar op een of andere manier had deze kleine mot in de dop de weg naar ons huis gevonden. Kort daarop (want dit is natuurlijk veel gemakkelijk dan het rijgen van een eindeloze berg pinda’s) zat het in een plastic bakje met een malva-blaadje. De volgende dag verving ik dat door een blaadje van de oostindische kers en deed er een stukje kool bij. Mijn partner drong er bij me op aan om ook een pinda en een dop daarvan bij te doen, want wie weet hoe lang het zich daardoor in leven had gehouden.
‘Is zo alles naar je zin, Buddy?’ vroeg ik, terwijl ik me afvroeg of er misschien iets anders was wat die graag wilde eten.

Geen hiërarchie

Gedurende de hele maand oktober hadden we vlinders in de tuin, al werd dat natuurlijk wel minder. Maar wanneer ik er eentje zag die er wit of geel uitzag, dan riep ik ‘dat kan er eentje van mij zijn,’ ongeacht of er iemand was die me hoorde. Ik zal hetzelfde doen als Buddy is vrijgelaten, ook al ziet die er nu nog uit als een wit, klein maar rond en langgerekt ding… dat inderdaad gemakkelijk kan worden gezien als een made.
Niet dat ik denk dat vlinders waardiger zijn dan vliegen – we zijn toch allemaal schepselen van deze planeet, nietwaar? Hoewel ik me goed kan voorstellen dat het sociaal niet zo geaccepteerd is om te juichen als er een vlieg (laat staan een rat) voorbij komt suizen, waarbij ik dan vol gelukzaligheid verzucht: ‘dat is er eentje van mij.’

Als je dit artikel waardeert, lees dan ook Natuurlijk verven met een schuldgevoel.

Wil je ook mijn volgende artikel lezen, vergeet dan niet om je op de nieuwsbrief te abonneren aan de rechterzijde!
En je kunt me ook op Twitter vinden: @Fleurtje_Eliza.

This post is also available in: Engels

This entry was posted in Laat Me vertellen, Me talking. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.