Ruilhandel

Er is meer in het leven dan ziek zijn. Ondanks mijn chronische ziekte (M.E. ontnam me vele vrijheden) volg ik met belangstelling het debat over hoe vrouwen worden geacht even hard als mannen hun best te doen om hogerop te komen. In het tijdschrift Lover (jaargang 38, voorjaar 2011) schrijft PVDA Tweedekamerlid Sjoera Dikkers dat dit betekent openstaan voor wat mannen te bieden hebben: hun hulpvaardigheid en acceptatie van een verschuiving in het rollenpatroon.

‘Met een man aan mijn zijde die mij de ruimte geeft waar ik om vraag. Ik ben daar dankbaar voor en het maakt mij schatplichtig,’ aldus Dikkers in de rubriek This is what a feminist looks like (p. 10). Dat Dikkers zich ‘schatplichtig’ voelt tegenover haar man, de maatschappij of feministische voorgangers is aan haar. Maar ik vind het kwalijk dat deze plicht door anderen gevolgd dient te worden, want ‘vrouwen moeten leren inzien dat veel mannen vrouwen al een hele tijd als volwaardig partner zien en gerust voor hen aan de kant willen gaan.’ Ik stoor me aan het voor-wat-hoort-wat-principe dat hieraan ten grondslag ligt en dat diep in de maatschappij is doorgedrongen. Zowel op individueel niveau, als op bestuurlijk niveau doet zich dit voor.
Enerzijds is het de verontrustende vanzelfsprekendheid dat een simpel dankwoord niet voldoet, nadat iemand een ander van dienst was. Onmiddellijk wordt duidelijk dat er een wederdienst in de nabije toekomst dient te worden gerealiseerd, dan wel worden afgekocht met een bloemetje of een doosje chocolade. Vervang hier gerust het werkwoord ‘dienen’ door ‘moeten.’
Anderzijds werkt de ruilhandel tevens op politiek niveau. De spreekwoordelijke ‘uitgestoken hand’ van premier Rutte maakte dat middels het koopzondagenbesluit duidelijk.
Mensen dienen elkaar geen verplichtingen op te leggen. Laat staan dat een vrouw haar man om meer ruimte moet vragen. Vragen? Omgekeerd is daarvan immers al helemaal geen sprake. Hierdoor kan van gelijkwaardigheid geen sprake zijn. Kortom: er zijn genoeg andere zaken die aandacht verdienen aangaande gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
Daarnaast kan deze politica – make my day – zich inzetten voor de erkenning van M.E., een chronische ziekte waarvan het merendeel van de patiënten vrouw is. Gek genoeg is de uitkeringsinstantie UWV niet consequent met het voor-wat-hoort-wat-principe: nadat men gedurende het werkzame leven premie heeft betaald, wordt (door onwetendheid?) het recht op een uitkering ontnomen. Zodoende zijn veel vrouwen met M.E. – inclusief ondergetekende – financieel afhankelijk van hun partner. Dit vormt een structureel probleem voor deze patiëntengroep en zal menig feministisch hart pijn doen.

Er is meer in het leven dan ruilhandel. Vergeet het voor-wat-hoort-wat-principe en volg jouw eigen maatstaf. Laat politici zich inzetten voor vrijheid en mensenrechten in het algemeen en voor vrouwenrechten in het bijzonder. Dat geldt ook voor Sjoera Dikkers. Anders is deze politica geen haar beter dan een willekeurige voorbijganger. Feministe of niet.

Hier worden losse nummers van het blad Lover verkocht.
Klik hier en hier voor meer informatie over het koopzondagenbesluit.

This entry was posted in Laat Me vertellen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *